Ergens in de Schilderswijk, ingeklemd tussen de Herman Costerstraat en de De Heemstraat, ligt een enclave verscholen, omringd door hekken. Het zien daarvan roept een soort grensgevoel op, als ware het een mini-landje binnen een stad. Vier dagen in de week gaan de grenzen van de enclave open van 9 tot 5. Daar wordt grif gebruik van gemaakt: gemiddeld komen er op zo’n open dag 35.000 mensen op bezoek. Het is de Haagse Mart: de grootste markt van Nederland en één van de grootste van Europa. Maar om nou te zeggen dat hij typisch Haags is, nee. Is er op een willekeurige markt in Amsterdam geen twijfel mogelijk in welke stad je bent, deze markt zou overal kunnen liggen. Hier ligt Suriname naast Turkije, een straatje verderop gaat de medina naadloos over in de toko en staat de Volendamse visboer vis à vis met een tentje vol mediterraan lekkers. Bloemkolen en spruiten liggen gezellig naast de papaya’s en tajers.
Foto:Polly ParkerDat multiculturele heeft De Maag – zoals hij in de volksmond ook wel werd genoemd – sinds het allereerste begin: exotisch fruit was er in 1920 al verkrijgbaar. Tot mei 1938 stond De Maag echter op een plek veel dichter bij het centrum: De Prinsegracht. Door het toenemende verkeer moest de markt noodgedwongen verkassen naar de huidige locatie. Anno 2015 heeft de Mart net weer een woelige periode achter de rug, een extreme make-over vol bijbehorend verbouwleed en verhuizingen. Het grootste verschil met vroegâh? Geen ratjetoe meer van ruim 500 kramen, containers en verkoopwagens. Het zijn nu vaste kramen, allemaal in dezelfde stijl gebouwd. De gedegen overkapping zorgt ervoor dat de bezoeker bij regenachtig weer niet langer een onverwachte plens in de nek kan krijgen door de doorbuigende zeiltjes. De veel bredere gangpaden met gootjes in het midden maken ook een verschil. Minder opstoppingen, minder risico op aanvaringen met andermans scootmobiel of boodschappentrolley, en nooit meer door het smeltwater waden in de visrij. En de digitale betaler hoeft niet langer op zoek naar een pinautomaat buiten de muren, al zijn er nog steeds zat kramen waar handje contantje heerst.
Foto:Polly ParkerDe vaste ‘bewoners’ van de enclave zijn echter niet veranderd en zorgen voor de typische couleur locale die je al snel doet vergeten dat hun kramen nu meer op winkels lijken. Ze komen vaak uit families die al generaties op de Mart staan en lijken uiteindelijk tevreden met hun nieuwe afsluitbare winkeltjes. Uitstallen en opruimen gaat in ieder geval een stuk sneller. Ook al heeft de markt heel wat meer te bieden, het voedsel voert de boventoon.Foto: Polly ParkerAls er al een voertaal is, dan is dat de universele taal van eten. Per slot van rekening moet iedereen dat doen. In geval van acute snack attack gaat er een wereld voor de maag open: van Turkse pizza tot patatje met, van kibbeling tot Vietnamese loempia en van samosa tot broodje bal.
Foto: Polly ParkerDe bezoekerssamenstelling is net zo kleurrijk als de marktlui en hun koopwaar. Tientallen nationaliteiten uit alle lagen van de bevolking lopen hier door elkaar. Sommigen komen voor de dagelijkse boodschappen, anderen voor gordijnstof, nieuwe kleren, een dagje uit of gewoon voor de vrijdagse vis. Er heerst een sociale gedragscode die bijna dorps aandoet.Foto: Jasmijn SchroferMensen die elkaar buiten de markt nooit tegen zullen komen, laat staan dat ze ooit met elkaar zouden praten, staan nu gezamenlijk te dubben welke dadels het lekkerst zijn, of die nu in een green smoothie of in een Midden-Oosters gebakje met honing eindigen. Superfoodadepten en Ottolenghi-fans staan gebroederlijk naast gesluierde vrouwen hun granaatappels uit te zoeken. Geheid kom je als bezoeker producten tegen die je niet kent. Gewoon vragen is het devies. Heeft de standhouder het te druk dan werpt zich negen van de tien keer een mede-klant op als informatiebron, soms inclusief tips en recepten die je in geen kookboek zal kunnen vinden.
Natuurlijk is het geen Walhalla. Je moet net zo goed op je tas passen als elders en er is best wel eens herrie of irritatie. Kun je er niet tegen dat mensen zich links en rechts naast je wringen bij de drukke kramen dan kun je er beter wegblijven. Maar over het algemeen heerst er een sfeer van tolerantie en respect. Als samen eten inderdaad verbroedert, dan staat samen eten kopen op de Mart op een goede tweede plaats. De Mart nieuwe stijl is weliswaar fysiek aangepast op de verwende consument anno nu, maar de sfeer is nog steeds vertrouwd en biedt voor elk wat wils. Of je nu op culinaire ontdekkingsreis gaat, je dagelijkse hap wil scoren, alleen wil funshoppen of de sfeer opsnuiven, een bezoekje aan dit drie voetbalvelden grote stukje Schilderswijk voelt aan als een tripje naar een andere stad. Waar op de wereld die stad dan ook moge liggen.
Tekst: Anne van der Heiden Foto: ‘de race van de omaatjes’, Jasmijn Schrofer
Toen de Pools-Duitse media ondernemer Christian Boros in 2003 de Reichsbahn bunker in de Reinhardtstraße in Berlin Mitte kocht was het verre van geschikt voor kunsttentoonstellingen. Het had tot die tijd ook al diverse functies vervuld. De bunker stamt uit 1942 en maakte onderdeel uit van het bouwplan dat Berlijn moest omturnen tot de wereldhoofdstad Germania. Na de val van Berlijn in 1945 werd het gebouw gebruikt door de Sovjets als gevangenis voor Duitse krijgsgevangenen om vervolgens te dienen als opslagruimte voor zuidvruchten. Hieraan heeft het de bijnaam ‘Bananen Bunker’ te danken. Sinds de jaren ’90 van de vorige eeuw vervult de bunker diverse functies waaronder technopodium, toneelpodium en nu dus tentoonstellingsruimte.
Het kunstverzamelaarsechtpaar Christian en Karen Boros was zich bewust van het feit dat het vijf verdiepingen hoge blok beton met 120 kamertjes niks weg had van een traditioneel museumgebouw. Zij deden daar hun voordeel mee. Ze lieten de 120 kamertjes ombouwen tot 80 ruimtes die elk variëren in hoogte en omvang en er kwam een zesde etage op het dak. Zij transformeerden die tot penthouse waar het gezin Boros sindsdien woont. Verwacht geen ruime lichte museumruimte, maar dat was ook niet de bedoeling van het echtpaar. De collectie van Karen en Christian is divers, zowel in formaat als in uitvoering. Verschillende werken in één ruimte zou het effect van een individueel werk teniet doen. De losse ruimtes bieden de mogelijkheid om elk werk een eigen omgeving te bieden waarin het tot zijn recht komt.
De Boros collectie bestaat uit werken van kunstenaars die geboren zijn in Berlijn of afkomstig uit andere delen van de wereld maar wonen en werken in Berlijn. Het merendeel van de werken stamt uit de jaren negentig van de vorige eeuw tot en met nu. De collectie bevat natuurlijk veel werken van Duitse kunstenaars, zoals foto’s van Wolfgang Tillmans en Thomas Ruff en schilderijen van Thomas Scheibitz, Florian Meisenberg en Thomas Zipp. Maar ook werken van buitenlandse kunstenaars. De mechanische boominstallaties van de Chinese Ai Weiwei zijn opgenomen in de collectie en zijn te zien in de huidige tentoonstelling, evenals werken van de Deense Olafur Eliasson. De Zweedse Klara Lidén en de Poolse Alicja Kwade tonen in de huidige tentoonstelling alledaagse voorwerpen die zodanig vervormd en opgesteld zijn dat ze communiceren met de ruimte waarin ze te zien zijn.
Sinds 2008 staan de zware metalen deuren open voor het publiek om een tentoonstelling te bezoeken. Het gebouw verhult niets, de sporen uit het verleden zijn als littekens her en der in de muren gekerfd. Verrassend genoeg komt dit de collectie ten goede omdat het veel conceptuele kunstwerken bevat waar het idee achter een werk een belangrijke rol speelt. De getoonde conceptuele kunstwerken zijn van deze tijd en communiceren de ontwikkelingen die de afgelopen drie decennia in de Westerse wereld hebben plaatsgevonden. De functionele omgeving van de bunker wordt gebruikt om de ideeën achter deze werken te versterken. Je hebt ook het idee dat je op bezoek bent in een woonhuis waarin toevallig veel kunst is. Het trappenhuis dat de bezoeker voert naar de vijf etages waar de kunstwerken opgesteld staan, is ook het trappenhuis dat het gezin Boros brengt naar hun woonhuis op de zesde etage. Wanneer jij de trap naar boven neemt om bijvoorbeeld de koperen bel van Thomas Zipp te bekijken zou je Christian of Karen Boros tegen kunnen komen op weg naar buiten om vervolgens gauw wat boodschapjes te doen in de buurtsupermarkt. Op hun beurt horen Christian en Karen in hun huiskamer weer het geroezemoes van de bezoekers en de geluiden van de kunstwerken. Want veel werken maken geluiden. Het zijn installaties die kraken en piepen, of elektronische tonen uitstoten.
Een bezoek aan een tentoonstelling in de kunstbunker is een bijzondere gebeurtenis. Je bent niet een bezoeker, maar een gast. Eén van de twaalf gasten om precies te zijn, want vanwege brandveiligheidsregels mogen er maximaal twaalf mensen tegelijkertijd in de tentoonstellingsruimtes aanwezig zijn. Als je de kunstbunker wilt bezoeken moet je jezelf opgeven via de website voor een anderhalf uur durende rondleiding. Voordat de tour begint stelt iedereen zich aan elkaar voor en vertelt een beetje over zichzelf. Bezoekers zijn gemotiveerd en kritisch en de gids is nieuwsgierig naar de inzichten van de deelnemers bij het zien van een kunstwerk. Ondanks de kleine ruimtes en de beperkte capaciteit om een groot aantal bezoekers te ontvangen blijkt de bunker onwaarschijnlijk geschikt als kunstmuseum. De functionaliteit van het gebouw versterkt de getoonde werken. De persoonlijke rondleiding waarin dialoog een centrale rol speelt, maakt een tentoonstellingsbezoek een bijzondere gebeurtenis. www.sammlung-boros.de
“All The World’s Futures” is het thema van de 56ste Kunst Biënnale die afgelopen mei in Venetië is geopend. Een Biënnale in een stad die voornamelijk bezig is met het behoud van alles wat gebouwd is in het verleden. Hoe divers de interpretaties ook zijn, “All The World’s Futures” laat de toekomst doorschemeren in al wat getoond wordt aan maakbaarheid, retrospectie, context en poëzie. Inga Schneider deelt haar impressies.
De Biënnale onderzoekt de invloed van de maatschappelijke, technologische en wetenschappelijke realiteit op de creatieve expressie van beeldend kunstenaars. Artistiek directeur Okwui Enwezor heeft de curatoren van de deelnemende landen gevraagd met deze boodschap aan de slag te gaan. Het resultaat is zo divers als de wereld waarin we vandaag leven. In het Cyprische paviljoen laat de kunstenaar Christodoulos Panayiotou in de tentoonstelling “Two Days After Forever” de instrumentele rol zien van de archeologie in de verhalen van onze geschiedenis. Terwijl in het Canadese paviljoen, Canadassimo wordt getoond van het kunstenaarscollectief BGL; een fantasie Shopping-Kosmos uit nostalgische tijden. Bij aanraking is het voor bezoekers onmogelijk om de waspoederpakken helder te zien omdat ze vervagen en zich oplossen in nevelige beelden. Het Griekse paviljoen daarentegen, is een soort meditatieve installatie die bezoekers leidt langs alles wat de internationale kunstwereld te bieden heeft om vervolgens terecht te komen bij een Griekse leerlooier. De verhalen uit zijn leven vertragen het tempo van het bezoek. Niet alleen via verhalen en filmbeelden krijgen mensen een idee van zijn leven; in het paviljoen is zijn werkplaats helemaal nagebouwd.
Locatie is vaak bepalend voor de beleving van beeldende kunst. In de laatste 120 jaar is er in Venetië veel gebouwd om de tentoonstellingen te huisvesten. In 2009 is er een nieuw gebouw bijgekomen voor het Padiglione Italia, het Italiaanse paviljoen, en het oude paviljoen is sindsdien omgedoopt tot Central Pavilion. In het naburige park staan de paviljoengebouwen die de afgelopen 120 jaar door zo’n 29 landendeelnemers zijn gebouwd en die als thuisbasis dienen voor nationale tentoonstellingen. De tentoonstellingen van de rest van de 87 deelnemende landen zijn te zien in het Arsenaal, in diverse paleizen en in speciaal voor de gelegenheid opgestelde tijdelijke locaties. Sommige van de bestaande locaties echter, hebben dit jaar een tijdelijk metamorfose ondergaan. De installatie met de titel “The key in the hand” van de Japanse Chiharu Shiota transformeert het Japanse paviljoen en fascineert bezoekers door poëzie en vlijt. Het paviljoen is doortrokken met een enorme hoeveelheid rode draden waaraan tienduizenden sleutels hangen die afkomstig zijn uit de hele wereld. Het Duitse paviljoen heeft zichzelf opnieuw uitgevonden met tijdelijke vloeren die nieuwe ruimtes creëren. Curator Florian Ebner heeft kunstenaar Tobias Zielony uitgenodigd om deze ruimtes te gebruiken. In zijn werken spelen de migratie van foto’s en van mensen de hoofdrol. Zielony fotografeerde in Duitsland vluchtelingen en stuurde de foto’s naar het land van herkomst van deze mensen waar lokale auteurs vervolgens een artikel schreven voor elk van de foto’s. De artikelen en de foto’s zijn gepubliceerd in lokale kranten en tijdschriften. Om het effect van context en perceptie te benadrukken worden de artikelen los van de foto’s getoond. Armenië heeft gebruik gemaakt van de voordelen van een stad die historische gebouwen koestert. Op een eiland gelegen voor Venetië, in een eeuwenoud Armeens klooster, toont het Armeense paviljoen kunstwerken waarin de Armeense identiteit, in het heden en verleden, thuis en in de rest van de wereld, wordt onderzocht. Het kreeg de prijs voor het Beste Nationale Paviloen, de Gouden Leeuw.
Natuur ontbreekt niet op deze Biënnale; de Nederlandse bioloog en kunstenaar herman de vries toont in het Nederlandse paviljoen een scala aan objecten uit de natuur, terwijl het Franse paviljoen werk van Céleste Boursier-Mougenot toont, een installatie van drie gemotoriseerde pijnbomen. Verder is de Biënnale niet zonder controverse geweest. De Turks-Armeense kunstenaar Sarkis vertegenwoordigt officieel Turkije terwijl zijn werk ook getoond wordt in het Armeense Paviljoen. En een kunstenaar die IJsland vertegenwoordigt richtte een kerk in als een moskee. Na lokale protesten moest alles afgebroken worden. Gelukkig blijven alle andere tentoonstellingen nog te bezichtigen tot eind november. Biënnale Venetië 2015, tot 22 november.
Tekst: Inga Schneider en Regina Fluyt Fotografie: Inga Schneider